Daar zaten we dan enkele weken geleden. Samen met 10 collega’s in de examenbanken omdat we het VCA examen moesten doen. Meestal staan we aan de andere kant, geven we training of nemen we zelf een examen af. Het was een bijzondere ervaring en onverwacht erg spannend. Je zal maar de enige zijn die niet slaagt……

Het was nodig omdat we steeds vaker worden we gevraagd om ook op bouwplaatsen trainingen in fysieke belasting of leefstijl te geven. Dat komt door de hoge gemiddelde leeftijd van de bouwvakkers en het risico op uitval door overbelasting. “In het kader van de  duurzame inzetbaarheid”, wordt dan gezegd.

Hoe zie jij jezelf eigenlijk over 10 jaar?”. “Uh…tja…dat weet ik eigenlijk niet…

Als je dan vraagt wat daarmee precies wordt bedoeld hoor je veel uiteenlopende verhalen. De praktische invulling loopt erg uiteen: fruit in de kantine, een sportabonnement, een inspirerende workshop. Maar iedereen weet dat dit geen garantie geeft dat de medewerkers langer inzetbaar zijn.

Het uiteindelijke doel van zo’n beleid is dat je in gesprek bent met je medewerkers over hun eigen inzetbaarheid. En niet door het af te vinken na een functioneringsgesprek omdat je de vraag hebt gesteld: “Hoe zie jij jezelf eigenlijk over 10 jaar?”. “Uh…tja…dat weet ik eigenlijk niet…”. Het gaat erom dat je echt ‘on speaking terms’ bent met elkaar over het onderwerp. Dat is niet makkelijk, zeker niet als jouw medewerker gewend is dat de baas het wel regelt, terwijl jij vindt dat het vooral hun ‘pakkie-an’ is.

Maar inmiddels zijn er de eerste ervaringen van een succesvolle aanpak. Het kan dus, door er gestructureerd mee aan de slag te gaan en daarbij zijn er 6 succesfactoren die kunnen helpen.

Het begint met een heldere visie op het thema. Wat betekent duurzame inzetbaarheid voor jou en waarom wil je ermee aan de slag? Ook de discussie over wiens verantwoordelijkheid het is moet gevoerd worden. Welke rol wil je hier als bedrijf in spelen. Wil je ondersteunen, prikkelen of bemoeien? En wat verwacht je van de medewerkers? Als dit helder is kun je die visie communiceren. Het is slim om te werken met een logo en een pakkende naam. Dit geeft herkenbaarheid. Verder is het zaak om je verhaal aan te laten sluiten bij de beleving van de doelgroep. Dit kan door te onderzoeken waar de behoeftes liggen en een goede 0-meting te doen. Wellicht is er een Preventief Medisch Onderzoek of een Tevredenheidsonderzoek geweest waar resultaten uit te halen zijn. Je kan ook zelf een vragenlijst maken of gesprekken organiseren. In het vervolg is het belangrijk om de medewerkers bij de opzet van het programma betrekken. Voor sommige thema’s, zoals leefstijl of fysieke belasting kunnen medewerkers een actieve rol kunnen spelen in een werkgroep of in de rol van ambassadeur. De laatste, maar zeker niet de minste succesfactor is de projectmatige opzet, met duidelijke doelstellingen, gericht op de langere termijn en een lange termijnplanning van activiteiten.

Dit klinkt misschien omslachtig, maar kan op een praktische manier worden opgezet. Zoals men dat in de bouw gewend is: even goed op de tekening kijken, een goed fundament maken en dan stap voor stap gaan bouwen.

Het goede nieuws is dat iedereen geslaagd is voor het VCA examen. Nu kunnen wij vol enthousiasme, ook op de bouwplaatsen een bijdrage gaan leveren aan de duurzame inzetbaarheid. Ofwel aan gezonde en gemotiveerde medewerkers in de bouw.

Column overgenomen uit Netwerk Brabant – februari 2018

Shares