Het lijkt ondertussen bijna vanzelfsprekend bij Kawasaki Motors Europe in Vianen: collega’s die elkaar om hulp vragen wanneer zware motorframes verzameld moeten worden voor klanten. Maar niet alleen bij zware motoronderdelen wordt er gedacht aan de gezondheid van het lichaam, ook bij kleine onderdelen die naar klanten in heel Europa gaan wordt er bewust gelet op de houding en de manier van bewegen.

Het lijkt ondertussen bijna vanzelfsprekend bij Kawasaki Motors Europe in Vianen: collega’s die elkaar om hulp vragen wanneer zware motorframes verzameld moeten worden voor klanten. Maar niet alleen bij zware motoronderdelen wordt er gedacht aan de gezondheid van het lichaam, ook bij kleine onderdelen die naar klanten in heel Europa gaan wordt er bewust gelet op de houding en de manier van bewegen.

Macho cultuur

Deze cultuuromslag in de omgang met fysieke belasting in het werk is bij Kawasaki begin 2012 gestart met het opleiden van twee Coaches Fysieke Arbeid. “Er heerste hier echt een macho cultuur”, zegt Dick van Honk, Manager van het EDC in Vianen. “Iedereen dacht dat hij of zij het wel alleen af kon met het tillen van zware producten, maar met het oog op de inzetbaarheid van de medewerkers richting de toekomst moest het toch echt anders. Medewerkers moeten misschien wel tot hun 67ste met plezier en zonder fysieke klachten bij Kawasaki kunnen werken.”

Samen zoeken naar minder belasting

Vanuit deze gedachte is er begin 2012 gestart met het project “Stay Healthy”. In een pilot groep is er gezocht naar een passende invulling van de rol die de teamleiders, de coaches en de medewerkers kunnen vervullen. “Samen zullen we de fysieke belasting in het werk omlaag moeten brengen.” zegt Klaske Grote Wolthaar, één van de twee opgeleide Coaches Fysieke Arbeid. “Iedereen heeft zijn rol. De teamleiders zijn toezichthouder geworden, voor de praktijkbegeleiding zijn er twee coaches opgeleid en de medewerkers zijn zelf actief om de fysieke belasting in het werk te verminderen.”

kawasaki-1

Zorgen voor continuïteit

In kleine groepjes van 8 medewerkers hebben alle medewerkers en teamleiders een workshop gehad waardoor ze bewust werden van de fysieke belasting in het werk. Na de workshop zijn de coaches aan de slag gegaan om iedereen op hun eigen werkplek te begeleiden. Na 4 tot 5 weken ontstonden er nieuwe gewoontes in het werk en zag je dat mensen slimmer en minder belastend gingen werken. Vervolgens kwam de trainer van Buro voor Fysieke Arbeid voor een toets in de praktijk.

Volgens Wil Cremers, ook coach en verantwoordelijk voor de Technische Dienst, was het bij de start best spannend of deze opzet zou lukken. “In het begin dacht iedereen dat het wel weer zou overwaaien. We hadden een aantal jaren geleden ook al eens een tilcursus gehad en daar kwam niemand op terug. Maar dit is echt anders. De medewerkers merken dat we het volhouden en dat het onderdeel wordt van het werk. Nu komen ze zelf ook met ideeën hoe het beter kan”

Minder moe

En dat het ook effect heeft merkt een van de medewerkers, Tonny Smit op: “Je gaat veel bewuster met je werk om. Op de videobeelden zie je dat je de hele dag door op 1 been staat te balanceren. Het klinkt stom, maar door simpel meer op twee benen te staan merk je dat je aan het eind van de week minder moe bent.”

Wanneer medewerkers toch uitvallen met fysieke klachten wordt Arbeidsgerichte Herstelbegeleiding ingezet. In de eerste plaats wordt er gekeken wat een medewerker wel kan. Vervolgens worden de medewerkers op de werkvloer begeleidt in hun herstelproces. Samen met de hersteltrainer wordt er getraind om de werkzaamheden minder belastend uit te voeren. Op deze manier kan de medewerker het werk weer hervatten en tegelijkertijd werken aan het herstel. Daar waar het kan wordt de coach ingeschakeld voor extra ondersteuning. Op deze manier verloopt het herstelproces veel efficiënter.

Kleine aanpassingen

Naast de coaching gericht op de motoriek van de medewerkers zijn de coaches ook bezig om met kleine aanpassingen in het proces, of met hulpmiddelen de fysieke belasting te verlagen. “Op één van de afdelingen hebben we een op hoogte verstelbare kar besteld om de kratten op te zetten en bij de orderpickkarren zijn we een test aan het doen met een beugel zodat deze gemakkelijker te duwen zijn” zegt Wil. “Door deze ideeën van medewerkers op te pakken merken ze ook dat er wat mee gedaan wordt, en dat stimuleert!”

Om het ontstaan van deze ideeën te bevorderen wordt er bij Kawasaki met een Kaizen-tool gewerkt. Als medewerkers een idee hebben kunnen zij een Kaizenformulier invullen. Vervolgens wordt er gekeken of het idee haalbaar is. Op deze manier zijn er al allerlei kleine aanpassingen geïntroduceerd die de werkzaamheden hebben verbeterd.

Borging

Om het proces te blijven ondersteunen komt er meerdere keren per jaar een trainer van Buro voor Fysieke Arbeid langs. De coaches maken vooraf een agenda van onderwerpen die ze willen bespreken. De ene keer gaat het over een verdieping van de vaardigheden van de coaches of de begeleiding van specifieke medewerkers. De andere keer gaat het over een advies gericht op de ideeën die Kawasaki heeft om hulpmiddelen aan te schaffen of processen te veranderen.

Conclusie

Stap voor stap ziet Dick van Honk de omgang met fysieke belasting verbeteren. “Wanneer je terugkijkt zie je pas wat er allemaal bereikt is. We hebben nu twee enthousiaste coaches die regelmatig met medewerkers en leidinggevende overleggen over wat er nog te verbeteren valt. Medewerkers zijn zich bewust van de risico’s die ze lopen en zoeken naar slimme oplossingen om het voor zichzelf makkelijker te maken. We hebben met het hele team echt een cultuurverandering doorgevoerd!”

Shares